Archive for ◊ december, 2009 ◊

Author: lauri
• dinsdag, december 22nd, 2009

De lezers van mijn boek zullen wel begrijpen dat het eerste kerstverhaal in Egypte is ontstaan. Niet alleen omdat het vroege christendom naar alle waarschijnlijkheid in Egypte begon, maar ook omdat de basis van ons kerstfeest ligt in de mythen van Isis en Osiris. Het geheel is omgeven met een symboliek die ook voor de hedendaagse mens vol betekenis is.

In het oude Egypte vierden ze op 25 december de geboorte van het kind Horus. Ze noemden dat de Dag van het Kind in de Kribbe. Op die dag werden boompjes versierd en daar werden dan cadeautjes voor de kinderen onder gelegd, want het was een kinderfeest. Horus was het Christuskind. Hij was de Karast, in het Grieks de Christus, wat betekent: de Gezalfde. Zijn naam was ook: Karast Neferhept: de Goede Vrede, hij die vrede brengt. Elk jaar werd hij opnieuw geboren, daarom droeg hij ook de naam Iusu, dat is: de (steeds weer) komende. Hiervan is de naam Jezus afgeleid.

De verwekking van Horus was een wonder, immers zijn moeder Isis was een maagd. Nu werd in de oudheid aan het woord maagd een andere betekenis gegeven dan in het christendom. Een maagd was een onafhankelijke vrouw, die niet aan een man toebehoorde. Dat wilde niet zeggen dat ze geen seksueel verkeer had met mannen. In alle oude mysterieculturen van het Midden-Oosten was er een maagdelijke godin die geboorte gaf aan een goddelijk kind, haar zoon. Dat was zo bij Demeter, die Ploutos voortbracht, ook genoemd Iasos. Het was zo bij Afrodite; haar zoon was Adonis. De zoon van Kybele heette Attis en Mithras was de zoon van de zonnegodin Anakhita. En ook het oude Mesopotamië kende de Goddelijke Maagd en haar zoon; Ishtar/Astarte/Inanna baarde Tammuz, later Dumuzi genoemd.

Het woord maagd betekende zelfs méér. Het verwijst ook naar het geloof dat de Godin zichzelf had voortgebracht ( parthogenese) en al bestond vóór het begin van alles. Wat later aan de vader-god werd toegeschreven, namelijk het adagium ‘niet geboren, niet gemaakt’, was van oudsher de eigenschap van de Grote Moeder. Het moederprincipe werd immers gezien als de oorsprong van al het leven. De zoon van de Godin was dan ook niet verwekt door een vader, hij was ‘maagdelijk ontvangen’, zonder de fysieke bijdrage van een man. In het christendom is daarvan gemaakt ‘onbevlekt ontvangen’, omdat ‘bevlekking’ wees op de door de kerk zondig geachte seksuele daad.

Nu ging dat bij Isis en Osiris wel op een heel bijzondere wijze. In het oude Egypte was de gelijkwaardigheid van vrouw en man lange tijd hooggehouden, zelfs na de komst van het patriarchaat. Isis en Osiris waren een model voor de ware liefde tussen man en vrouw. Toen Osiris was ontvoerd en later gedood door zijn broer Seth, deed Isis al wat in haar vermogen lag om haar geliefde weer tot leven te brengen. En, een godin waardig, schuwde zij niet haar magie te gebruiken. Zij veranderde zichzelf in een vogel, een wouw. Net als de gier, die in Egypte vereerd werd als de godin van dood en regeneratie, stond ook de wouw bekend als een transformatief dier. Een pikant detail: men dacht dat alle gieren vrouwelijk zijn en in de lucht hun jongen ontvangen, zonder mannelijke tussenkomst. Als wouw vloog Isis over het lichaam van de dode Osiris, tot zij hem met haar vleugelslag de levensadem terugbracht. Zo sterk was haar liefde. En, zonder dat zij hem aanraakte, werd zij in de lucht zwanger van hem. Een echte ‘onbevlekte ontvangenis’ dus. Men zegt wel dat de kracht en intensiteit van de tantrische gemeenschap tussen twee geliefden zó sterk kan zijn, dat de beiden elkaar niet behoeven aan te raken om tot vervulling te komen. Isis was de meesteres van de tantra; in haar tempels werd de ‘seksmagie van Isis’ onderwezen. Het kind Horus was de vrucht van de tantrische liefdespraktijk van Isis en Osiris. Zo is – symbolisch gezien- de geboorte van het Christuskind een regelrecht gevolg van de vereniging tussen het vrouwelijke en het mannelijke in onszelf.

Van oudsher is de geboorte van het goddelijk kind op Midwinter een teken van de terugkeer van het licht na de kortste dag. Het symbool van het zaad dat gezaaid is in de herfst en onder de sneeuw ligt te wachten op de lentezon. Het kind als teken van hoop.

Maar het is méér. Er is iets aan voorafgegaan, namelijk de uiterste liefdesversmelting, het opheffen van de dualiteit. Dat brengt iets goddelijks voort, een nieuw leven dat aan het voorgaande ontstijgt. En dat is iets wat we in onszelf kunnen verwerven, waar we zelf verantwoordelijkheid voor zijn. Het gaat in wezen om onze eigen innerlijke geboorte. Zo heeft het ware kerstverhaal een nog andere dimensie dan we dachten. Laten we ons dat herinneren als we dit jaar Kerst vieren.