Archive for ◊ juni, 2009 ◊

Author: lauri
• maandag, juni 15th, 2009

 

Afgelopen zondag (14 juni) zag ik een interview op televisie met de schrijfster van Verschil mag er zijn, Martine Delfos. Ik heb er met gemengde gevoelens naar gekeken. Delfos noemt zich bio-psychologe, dat wil zeggen iemand die de biologische basis zoekt voor menselijk gedrag. Zo trachtte ze psychologische verklaringen te geven voor het gedrag van mannen (en vrouwen), gezien vanuit hun biologie. Haar uitgangspunt is dat meisjes vanaf hun geboorte kijken naar gezichten en jongens naar voorwerpen. Wetenschappelijk aangetoond. Meisjes kijken naar gezichten om te voelen: hoe is het met die ander? En: kan ik iets geven? Dat zouden meisjes nodig hebben om later voor baby’s te zorgen, die immers niet kunnen praten. Daarvoor zijn meisjes toegerust met een groot empatisch (invoelend) vermogen en een bovendien een grote vaardigheid in communiceren. Jongens daarentegen kijken naar voorwerpen met de vraag: hoe zit het in elkaar? En: kan ik ermee scoren? Dat zouden jongens nodig hebben om later constructiewerk te doen en technologie te ontwikkelen en bovendien om zich te meten met andere mannen.
Ik kan het niet helpen, maar ik vind dit toch wel een béétje simplistisch. Het is alsof mannen niet voor kinderen kunnen zorgen, omdat ze te weinig empatisch zouden zijn en dat meisjes geen dingen kunnen maken, omdat ze niet technisch genoeg zijn. Het oude rolpatroon dus weer.
Laatst las ik een ontroerend stukje over vaders in de zogenaamde ‘primitieve’ Trobiand-samenleving, gezien door de ogen van de vroeg 20e-eeuwse antropoloog Malinowski:
De echtgenoot deelt volledig in de zorg voor de kinderen. Hij zal een baby ronddragen en liefkozen, verschonen en wassen, en het ‘t gemalen vegetarisch voedsel geven, dat het bijna vanaf de geboorte krijgt naast de melk van de moeder. In feite, het koesteren en verzorgen van de baby’s in zijn armen en het op de knie houden… is de speciale rol en plicht van de vader. Het wordt gezegd van kinderen van ongehuwde moeders dat ze pech hebben omdat er niemand is die het vertroetelt en omhelst…. De vader voert zijn verplichting uit met een oprechte natuurlijke trots: hij zal een kind urenlang ronddragen, ernaar kijken met ogen zo vervuld van liefde en trots, als zelden is waargenomen bij een Europese vader. Elke keer als de baby door anderen bewonderd wordt, gaat dit rechtstreeks naar zijn hart en hij zal nooit moe worden om te praten en uit te weiden over de vorderingen van het nageslacht van zijn vrouw. Hoezo: ‘mannen zijn niet empatisch’? In feite is het zo dat in veel niet-westerse culturen het de man is die de kinderen verzorgt en opvoedt, terwijl de vrouw zorgt voor het gezinsinkomen. Bij de Igbo in Afrika bijvoorbeeld, waren het – vóór de koloniale tijd – de vrouwen die de economische basis van de samenleving vormden. Zij bebouwden het land, verkochten de opbrengst op de markt, beheersten de gehele handel, ontvingen het geld en verzorgden hun families, inclusief haar man. Hier zijn de rolpatronen dus omgekeerd. Komt het door de biologie dat meisjes naar gezichten kijken en jongens niet? Of is dit een interpretatie?
Kortgeleden las ik een ander boek: De vrouwelijke hersenen, van Louann Brizendine. Zij maakt het nóg bonter. Naast de noodzakelijke moederinstincten, die het voor een vrouw nodig zouden maken empatisch te zijn, voert ze nog een andere evolutionaire basis aan voor het gedrag van meisje en vrouw: Je kunt (daardoor) voorspellen wat een groter, agressiever mannelijk iemand gaat doen. En aangezien je kleiner bent, zul je waarschijnlijk samen met andere vrouwtjes aanvallen van een of meer woeste holbewoners moeten afweren. Hier gaan mijn haren dus echt helemaal overeind staan! Dit geeft een totaal achterhaald beeld van de prehistorische mens, waarbij de man wordt afgeschilderd als de brute doder, gewapend met een knots (ik zie dat zo voor me) en de vrouw als het zwakkere slachtoffer. Bovendien vraag ik me dan af: wat doet een jongetjesbaby in zo’n situatie? Die kijkt zeker alleen maar naar de knots, niet omdat-ie bang is, maar zodat hij die later kan namaken? Als hij het overleeft tenminste.

Nou wil ik niet zeggen dat de bio-psychologische methode helemaal niets te bieden heeft, integendeel, er zijn een aantal goede waarnemingen in op te merken. Maar sommige verklaringen zijn wel erg kort door de bocht. Zoals dat vrouwen bij het kaartlezen de kaart ondersteboven houden, omdat ze gewend zijn altijd alles vanuit het perspectief van de ander te zien(!) Jammer, dat geldt niet voor mij; dan heb ik zeker een ‘afwijking’.

Nu zijn er ook andere benaderingen in het denken over de verschillen tussen vrouw en man.
In de 60-er en 70-er jaren van de vorige eeuw ontwikkelde zich de stroming van het constructivisme. Deze gaat ervan uit dat sekseverschillen berusten op een sociale constructie. Dat begint al bij de geboorte, waar meteen wordt uitgeroepen of de kleine een jongetje of een meisje is. Onwillekeurig, zelfs als de ouders het niet zo bedoelen, worden meisjes anders benaderd dan jongetjes. Soms wordt het heel nadrukkelijk gedaan, door jongetjes met de kleur blauw te omhullen en meisjes met de kleur roze. Wist u trouwens dat vóór Wereldoorlog II roze de kleur was voor jongens en blauw de kleur voor meisjes? Blauw werd genoemd: delicaat en sierlijk en roze vond men sterker, een meer bepalende kleur. De constructivisten hebben een punt waar ze zeggen dat genderrollen cultureel bepaald zijn en dus aangeleerd. Genderroltraining blijkt al invloed te hebben op kinderen van 25 maanden oud. Jongetjes van die leeftijd kiezen vaker voor zogenaamd ‘mannelijk’ speelgoed en – spelletjes, terwijl meisjes van diezelfde leeftijd even vaak meisjes- als jongetjes-speelgoed kiezen. Het lijkt of jongetjes al vroeg beperkt worden in hun perspectief en mogelijkheden. En dan zegt men: ja, jongens zijn meer exclusief éénduidig gericht, alsof dit een biologisch gegeven is. Hierbij wordt de rol van de opvoeding helemaal genegeerd. En zo zijn er nog veel meer voorbeelden te noemen, maar dan wordt dit artikel te lang.
Onze samenleving heeft het kennelijk nodig de verschillen tussen vrouwen en mannen te accentueren. Omdat de enige zichtbare fysieke verschillen de uiterlijke geslachtskenmerken zijn, gebruiken we zogenaamde ‘gender-markers’, waardoor je kunt zien of je met een man of een vrouw te maken hebt, zoals kleding, haardracht, make-up, manier van bewegen, stemgebruik, sieraden etc. Als we dat niet meer kunnen zien, dan raken we in de war. Ook wordt de kinderen speciaal gedrag aangeleerd, dat volgens ons behoort tot hun sekse. Waarom is dat voor ons belangrijk? Volgens Judith Lorber ( in haar boek Paradoxes of Gender) is deze polariteit in onze dominantiemaatschappij bewust gecreëerd, om daardoor een betere ‘verdeel en heers’ politiek te kunnen voeren. Immers aan de strakke indeling tussen mannen en vrouwen heeft namelijk ook heel lang een waardeoordeel vast gezeten. Het is nog niet zo lang geleden dat men werkelijk meende dat vrouwen minder en lager waren. En in veel landen is dat nog steeds zo. Het is dus in het belang van de gevestigde orde om de verschillen zo lang mogelijk te benadrukken. Het is betekenisvol dat in niet-westerse culturen de diffusiteit tussen de geslachten veel groter en meer geaccepteerd is, zoals ik in een vorig artikel heb laten zien.

Het constructivisme heeft een punt, maar komt ook iets te kort. Er zijn meer dingen op te merken over mannen en vrouwen dan alleen de uiterlijke geslachtskenmerken. Er wordt in deze visie bijvoorbeeld geen rekening gehouden met de invloed van hormonen, die mede gedragsbepalend kunnen zijn. Hoewel dat ook vaak overdreven wordt. De rol van het mannelijk hormoon testosteron in agressief gedrag wordt vaak schromelijk overschat. Agressie kan ook de testosteronaanmaak veroorzaken. Ook over vrouwelijke hormonen zijn we nog niet uitgepraat. Vaak wordt er gezegd dat vrouwen onberekenbaar zijn door hun menstruatie, waardoor wisselende gemoedsstemmingen en disfunctioneren kunnen optreden. Maar het is ook aangetoond dat het Pre Menstrueel Syndroom (PMS) bij vrouwen voor een groot deel cultureel bepaald is. In niet-westerse culturen komt PMS niet voor. Het premenstrueel syndroom kan volgens onderzoekster Linda Brannon een zichzelf in stand houdende mythe zijn.

Ook over ‘wetenschappelijk onderzoek’ is nog wel het een en ander op te merken. Wij hebben de neiging om te denken dat als iets wetenschappelijk bewezen is, dan is het wáár. Maar ook de wetenschapper kijken door de bril van zijn/haar cultuur. Hierdoor geloven we te zien waar we naar op zoek zijn, en we zien wat we willen geloven. Dat blijkt weer eens uit het volgende verhaal: In 1995 was er op de Amerikaanse t.v. zender ABC een nieuw programma onder de titel: Boys and Girls are different. Het begon met een videotape van een experiment met een groep eenjarige kinderen, jongetjes en meisjes. Zij waren geplaatst achter een hek, waar ze wel doorheen konden kijken, maar niet open konden maken. Aan de andere kant van het hek stonden hun moeders, die ze dus konden zien. Sommige kinderen schudden aan het hek om te proberen bij hun moeders te komen terwijl anderen op de grond zaten te huilen. Een mannelijke stem zei bij de beelden: “Kijk hoe deze baby’s proberen hun moeder te bereiken. De jongens worden agressief. De meisjes huilen om hulp”. De televisieploeg vroeg aan de onderzoekers of ze het oorspronkelijke onderzoek konden herhalen, zodat ze zelf opnames konden maken, die live werden uitgezonden. Dat deden ze, met een andere groep kinderen. Echter, wat zagen ze? Alle jongens zaten te huilen en alle meisjes rammelden agressief aan het hek om bij hun moeders te komen. De resultaten waren dus totaal tegengesteld aan de oorspronkelijke video. Ze hebben het raadsel opgelost door maar te zeggen dat agressieve meisjes en huilende jongens niet representatief zijn voor de norm.(!) Tja, zo kun je je er uit redden. De uitkomst van een zogenaamd objectief wetenschappelijk onderzoek kan dus heel goed ontstaan uit de norm van de onderzoeker.

Vragen aan de lezer.
Ik heb heel lang nagedacht over de vraag: zijn er nou echt betekenisvolle verschillen tussen man en vrouw? Zijn de gedragsverschillen die we menen waar te nemen nu écht of is het aangeleerd? Wat is nu de ware natuur van vrouw en man? Wat is werkelijk vrouwelijkheid en mannelijkheid? Kunnen we door alle vertekeningen en trauma’s heen van de afgelopen 4000 jaar ook nog iets authentieks ontdekken? Dit zijn vragen waar ik (nog) geen antwoorden op heb.
Ik leg ze aan u – de lezer/lezeres – voor. Ik zou wel eens willen weten wat u/jij hiervan vindt. Wat ervaar je in je dagelijks leven hierover?
Voel je vrij om je spontane of weloverwogen reactie op te schrijven. Het hoeft niet wetenschappelijk onderbouwd te zijn; het mag ook gewoon uit je hart en je gezonde verstand komen. Juist dát is waardevol.