Archive for ◊ april, 2009 ◊

Author: lauri
• maandag, april 13th, 2009

 De wereld verkeert in een meervoudige crisis, zegt men. Niet alleen is er de klimaatcrisis en de grondstoffencrisis, maar nu ook een financieel-economische crisis. Het dominante kapitalistische vrijhandelssysteem, dat zich vanuit de westerse wereld over de hele aardbol heeft verspreid, wordt beetje bij beetje blootgelegd. De ongrijpbare, want oncontroleerbare macht van dit stelsel kan nu ter discussie worden gesteld. Als gewone burgers voelen we ons vaak onmachtig de virtuele geldwereld te begrijpen of te beïnvloeden. Welke invloed hebben onze democratisch gekozen overheden op de schimmige manipulaties van de grote geldbazen, de oliebaronnen en de klimaatbeheersers?

Soms denk ik dat de kredietcrisis ons is aangepraat. Het lijkt zich als een soort soap af te spelen op ons televisiescherm. Het begint allemaal in Amerika. Eerst stort daar de huizenmarkt in, waardoor velen niet meer in staat zijn hun hypotheek te betalen. Daaraan gaan de hypotheekbanken ten onder. Vervolgens dalen de koersen op Wall Street en andere beurzen. Daarop blijken een aantal grotere banken in moeilijkheden te komen, waardoor er allerlei maatregelen genomen moeten worden, die op de aandelenbeurzen wel of juist niet positief worden beoordeeld. De koersen dalen en stijgen, dalen nog dieper en gaan weer af en toe omhoog; voor ons als kijkers om vaak onduidelijke redenen. Banken gaan failliet, zoals de IJslandse Landsbanki, waar veel Nederlanders hun spaarcentjes hebben gestald. Natuurlijk heel naar voor de betrokkenen, maar wat heeft dat te maken met de wereldeconomie? Wat we te zien krijgen is een glijdende schaal van toenemende malaisegevoelens, waardoor na een tijdje het woord ‘economische recessie’ opdoemt. Of die reëel is, wordt niet meteen duidelijk. Het lijkt een soort virtuele werkelijkheid, waarvan zelfs de meest ervaren economen niet begrijpen wat precies de oorzaken zijn. Banken werken namelijk niet met echt geld, maar met waardepakketten, die van de ene naar de andere eigenaar worden geschoven. Virtueel geld dus. Het is lijkt aanvankelijk geen echte crisis, maar een virtuele. Helaas wordt iedereen er door beïnvloed. In november 2008 horen we dan ook deskundigen zeggen dat nu ook de ‘echte economie’ er onder zal gaan lijden. Vervolgens laat het ene na het andere bedrijf weten dat ze een slechte jaarrekening hebben, de productie moeten verlagen en dat werknemers worden ontslagen. Wat weer een verder tuimelen van de koersen tot gevolg heeft. Af en toe komt er een gunstig bericht: de een of andere bank heeft geen verliezen geleden, maar juist winst gemaakt en omhoog gaan de koersen weer! Die beurzen zijn net mensen: ze hebben emoties!
Daarin krijg ik uit onverwachte hoek gelijk. In De Volkskrant van zaterdag 11 april zegt Dr. Esther-Miriam Sent, hoogleraar economie aan de Radboud Universiteit van Nijmegen: “Economie is emotie”. En verder:”Economie is een sociale wetenschap, het gaat over menselijk gedrag (…) Het probleem dat economen lang hebben gehad is dat ze de hardste van alle sociale wetenschappen willen zijn. In de natuurkunde heb je prachtige wetten en bewijzen; dat wilden wij óók! De wet van de vraag, de wet van het aanbod, lekker overzichtelijk. Maar het slaat helemaal nergens op”, zegt professor Sent, ‘dat zijn helemaal geen wetmatigheden. Economie is emotie. Je kan als econoom een voorspelling doen, die alleen al door hem te doen, bewaarheid wordt”.Zo horen we het eens van een deskundige. Opmerkelijk overigens dat in zo’n mannenbolwerk als de aandelenbeurzen, de geldhandel, emotie zo’n grote rol speelt. Een uitlaatklep?

De Wet van Aantrekking.
In het hele gebeuren zie ik een duidelijk voorbeeld van de werking van een andere wet, die wél werkt: de Wet van Aantrekking. Namelijk als er steeds maar slechte berichten verspreid worden, gaat het steeds slechter. Hoe meer er geroepen wordt dat we in een crisis zijn, hoe meer het wáár lijkt te worden. Daarom was professor Sent ook zo boos op Balkenende, omdat hij het woord ‘recessie’ al in de mond nam voordat er zelfs maar sprake was van een economische neergang. In 2004 had de Tilburgse econoom Lans Bovenberg al berekend, dat de sombere toon van Balkenende de economie een half procent groei heeft gekost. Een voorbeeld hoe politici invloed hebben op de economie. Omgekeerd werkt het echter ook: zodra er ook maar één goed bericht verschijnt, gaan de koersen weer omhoog en krijgen mensen hoop. Als we nou eens met z’n allen zeggen dat er helemaal niks aan de hand is en dat er geen crisis is en komt, wat zou er dan gebeuren? Dan gaan de koersen blijvend omhoog, mensen durven weer geld uit te geven, de fabrikanten nemen weer personeel aan en maken weer winst, regeringen hoeven geen bezuinigingen door te voeren en de economie gaat weer goed. Want als mensen geloven dat het goed gaat, bloeit de economie.
Tja, zo makkelijk is dat niet volgens professor Sent. Er is al te veel in gang gezet. We hebben een financieringstekort en de arbeidsmarkt is drastisch veranderd. Het wordt nu algemeen geloofd dat we in een echte crisis zitten, zelfs een recessie. Voor mensen die ontslagen zijn of worden, is het maar al te reëel. Overheden doen moeilijk over te nemen maatregelen en voor de gewone burger is het nog steeds onduidelijk wie er nu aan de touwtjes trekt.

Maar we kunnen ook vanuit een ander perspectief kijken. De kwantumfysica heeft aangetoond wat de sjamanen vroeger al wisten: de wereld verandert door de manier waarop we kijken. Op het kleinste niveau bestaat alles uit deeltjes en golven, in een soort onbestemde, potentiële staat. Zodra er een observator komt, die bv. een elektron wil bestuderen, verandert die elektron plotseling van positie en snelheid. Deeltjes worden golven, golven worden deeltjes, doordat er iemand kijkt. Sterker nog: de intentie van de kijker bepaalt wat er gebeurt; we zien wat we willen zien. De wetenschap is tot deze verbijsterende ontdekking gekomen en bewijst daarmee het gelijk van een oude spirituele wijsheid: je schept je eigen werkelijkheid.
In plaats van de wereldwijze veranderingen in het klimaat, de economie etc. te zien als een crisis – een ramp -, kunnen we er dus ook anders naar kijken, namelijk als een kans, een mogelijkheid, een opening naar een andere creatie. En dan is er misschien wel helemaal geen crisis, maar vooruitgang!
In de eerste plaats: wat nu gebeurt, heeft grote voordelen. Eindelijk is de overheid bereid de veel te hoge bonussen en topsalarissen aan te pakken. Vanuit milieuoogpunt is het helemaal niet erg dat mensen minder uitgeven en wat meer gaan sparen. Minder consumptiedrift is alleen maar goed voor het milieu. Als er minder auto’s worden verkocht, komen er ook minder files en dus schonere lucht. Prestigieuze projecten als de Noord-Zuid metrolijn in Amsterdam zouden we beter kunnen stoppen en aan de expansieve groei van Schiphol kan nu wellicht een einde komen. Tijd om in duurzame energiebronnen te investeren in plaats van de eindige fossiele brandstoffen.
Maar vooral is het een kans om ons bewust te worden van de wereld waarin wij leven. Dat we onszelf eens fundamentele vragen gaan stellen over de basis van onze samenleving. Want als we niet echt de kern van dit maatschappelijk stelsel doorgronden, zullen we weer opnieuw hetzelfde creëren, maar dan met andere poppetjes.
We zien al dat ons financiële systeem flink wordt ontmaskerd en er zal ongetwijfeld nog meer boven tafel komen. Het wordt erg duidelijk dat miljonairs, bankdirecties en verzekeringsmaatschappijen een mentaliteit laten zien van extreme zelfverrijking, waarbij met geld van de gewone burger wordt gespeculeerd om nóg meer winst te maken voor de zakken van de topbestuurders. Er is sprake van een oncontroleerbare graaicultuur. Het lijkt er meer en meer op dat het hele geldstelsel, het banksysteem en zelfs de hele economie een organisme is dat los van ons bestaat en zelf de dienst uitmaakt. Banken lijken collectief te zijn vergeten waarvoor ze zijn opgericht: namelijk om op onze centjes te passen en kredieten te verstrekken tegen fatsoenlijke voorwaarden. Dienst verlenen dus.

Het bankwezen.
Een aantal jaren geleden heb ik een studie gemaakt van het geldwezen. Wist u dat 95 % van al het geld op de wereld in handen is van slecht 13 families? Hieronder vallen de Rotschilds, de Rockefellers en anderen, zoals de Bush-familie. Dezen houden het geld vast, zodat het niet circuleert in de wereldeconomie. Slechts 5 % van de wereldgeldvoorraad rouleert in de economie. Er is dus ontzettend veel geld op de wereld, wat niet wordt gebruikt en waarmee we in één klap alle armoede zouden kunnen oplossen en iedereen goed onderwijs en gratis gezondheidszorg kunnen geven. Er is dus overvloed op de wereld, maar het is verkeerd verdeeld.
Wist u dat de Amerikaanse munt al sinds 1933 niet meer gedekt wordt door goud? President Roosevelt haalde in 1933 de dollar van de goudstandaard om de toenmalige crisis te bezweren. Sinds die tijd drukt de Federal Reserve Bank – de Amerikaanse Centrale Bank – eigen bankbiljetten, gewoon van papier, wat ze vrijwel niets kost. Hierdoor komt er steeds meer zogenaamd geld in omloop wat in feite geen enkele waarde heeft. Vervolgens leent deze bank dat geld aan de Amerikaanse overheid, met rente. Om die rente terug te kunnen betalen, heft die overheid inkomstenbelasting bij de bevolking.
Wist u dat de Federal Reserve Bank in werkelijkheid een private onderneming is, die in 1913 een wettelijke status heeft gekregen als overheidsorgaan? Dit was het werk van ene Senator Nelson Aldrich, die verbonden was met de Rockefeller-clan. Hij beloofde presidentskandidaat Wilson hulp om de verkiezingen te winnen, mits hij als zittend president een wet zou ondertekenen, die van deze particuliere bank een staatsbank zou maken:

 Op zondag 23 december 1913, twee dagen voor Kerstmis, toen de meeste leden van het Congres al op vakantie waren, tekende President Woodrow Wilson de Federal Reserve Act, die van de bank een overheidsorgaan maakte. Later gaf Wilson toe dat hij een tragische vergissing had gemaakt, waar hij verschrikkelijk spijt van had. Hij zei daarover: “ Ik ben een heel ongelukkig mens. Ik heb ongeweten mijn land geruïneerd. Een grote industriële natie wordt gecontroleerd door een systeem van kredieten. Ons kredietsysteem is geconcentreerd. De groei van de natie en al onze activiteiten zijn daardoor in de handen van enkele mensen. We zijn verworden tot  van de slechts geregeerde, een van de meest gecontroleerde en gedomineerde overheden in de geciviliseerde wereld – niet langer een overheid (ontstaan) uit vrije mening, niet langer een overheid uit overtuiging en de stem van de meerderheid, maar een overheid door de opvattingen en de dwang van een kleine groep dominante mannen”.

In feite zegt hij hier dat vanaf dat moment de overheid geen macht meer heeft over het geldwezen, dat de politieke wil van het volk uit handen gegeven is aan de banken en de kleine groep die zich daar achter bevindt. Dat er geen vrije mening meer bestaat en geen invloed van de kiezers. En omdat het bankwezen internationaal aan elkaar gekoppeld is en één groot netwerk vormt, geldt dit in wezen voor alle landen ter wereld in dit uniforme economisch stelsel.
Iets hiervan blijkt bijvoorbeeld uit de handelwijzen van de Federal Reserve Bank – afgekort FED. Officieel heeft de FED toestemming nodig van het Amerikaanse Congres om nieuw geld te drukken. Maar in de praktijk wordt helemaal geen toestemming gevraagd en voert de FED zijn eigen politiek. Zo worden er ook vandaag nog vele waardeloze dollarbiljetten in de Amerikaanse economie gestort, wat zelfs tot enorme inflatie zou kunnen leiden. In wiens belang is dat eigenlijk? De werkelijke eigenaren van de FED zijn dan ook de grote geldmagnaten en internationale bankiers. Genoemd zijn de Rotschild Banken in London en Berlijn, de Warburg Banken van Hamburg en van Amsterdam (Paul Warburg was oprichter van de FED), Lehman Brothers New York, de Chase Manhattan Bank (gelieerd aan de Rockefellers), Goldman Sachs en anderen. De rijke, oncontroleerbare families dus.

Er zijn sterke aanwijzingen dat de FED de eigenlijke veroorzaker is geweest van de huizencrisis in Amerika. Vlak na de aanslagen van 11 september 2001 was men in Amerika bang voor een recessie. Daarom verlaagde de FED de officiële rente tot een historisch laag niveau van 1 %, om de beurzen te versterken. Hypotheken werden daardoor een stuk goedkoper werden, wat veel Amerikanen er toe aanzette een huis te kopen. In 2006 verhoogde de FED een aantal malen de rente weer, waardoor de hypotheken die al afgesloten waren plots een hogere rente kregen, die voor mensen met een kleinere beurs niet meer te betalen bleek. Begin 2007 begonnen de gedwongen huizenverkopen in de V.S. Ziedaar de kredietcrisis.

Twee modellen.
De vraag is: waar is onze wereld eigenlijk op gebaseerd? Waar komt die hebzucht naar geld en macht vandaan? En willen wij dat nog wel?
Zoals ik in mijn boek beschreven heb was er lang geleden er een ander soort samenleving. Een beschaving gebaseerd op gelijkwaardigheid van man en vrouw, gelijke verdeling van welvaart en het ontbreken van structureel geweld. Mannen en vrouwen hadden doorgaans verschillende taken, maar allen werkten samen aan één doel: de groei en bloei van hun gemeenschap. Men kende geen oorlog. Dorpen en ook grotere steden hadden geen verdedigingswallen en strijdwapens zijn niet gevonden. Voedseloverschotten leidden tot de uitvinding van het pottenbakken. Kunstnijverheid kwam tot grote bloei, van beschilderd aardewerk tot weefkunst, fraai vlechtwerk, fresco’s in huizen en heiligdommen. Er was eerbied en bescherming van het leven, met als kern vrouwen en kinderen. Clanmoeders zagen toe op gelijke voedselverdeling, zorg en respect voor elkaar. Dit noemen we een partnerschapscultuur.
Vanaf ca. 3000 jaar voor Chr. traden er veranderingen op. Door droogte en honger gedreven vielen andere volkeren de welvarende gebieden binnen, veelal met ijzeren wapens en namen de vreedzame boerenbevolking over. Zij vormden een rijke bovenklasse, die grondstoffen en productiemiddelen onder hun controle bracht. Het vrouwelijke karakter van zorg, toewijding aan het leven een eerlijke verdeling, werd om zeep gebracht en de status van vrouwen ( en kinderen!) werd drastisch verlaagd. Hier ontstond de basis van de dominantie, namelijk de onderdrukking van de vrouw en het vrouwelijke. Dit noemen we dan ook dominantieculturen, die met zich meebrengen een hiërarchische bestuursstructuur die in principe ondoorzichtig is. En daar zitten we nu al ca. 5000 jaar in. Het heeft zich echter zo verfijnd dat we het bijna niet meer merken. Kenmerk van een dominantiecultuur is dat het exclusief is; het sluit anderen buiten die niet in het gewenste plaatje passen. Het is een rangschikkende cultuur, die één groep mensen rangschikt boven een andere. Rangschikking en het benadrukken van verschillen is nodig om macht uit te kunnen oefenen. Daardoor raken mensen van elkaar vervreemd; er ontstaat een wij-zij-gevoel en tegenstellingen, die leiden tot conflict. Hieruit volgt structureel geweld, zowel op het persoonlijke als op het collectieve vlak.
Een partnerschapscultuur daarentegen is inclusief; omarmend; het in zich op nemend van verschillen als bron van verrijking. Pluriformiteit is mogelijk – ieder individu heeft een eigen, gewaardeerde plek. In een partnerschapscultuur werken mannen en vrouwen met elkaar samen voor het grotere geheel, niet voor macht of zelfverrijking, maar uit respect voor het leven en de natuur. Niet alleen in de prehistorie waren er deze partnerschapsculturen, ook veel inheemse volkeren van bv. Amerika, Afrika en Azië hebben deze vorm van samenleven gekend. We kunnen er wat van leren.

Wat doen we ermee?
Voor wie het zien wil – de hedendaagse uitdagingen met betrekking tot de opwarming van de aarde, het falen van het banksysteem en de onmacht van de politiek geeft ons de mogelijkheid tot het creëren van een andere werkelijkheid. Niet alleen individueel – elk ontslag is ook een kans voor heroriëntering – maar ook collectief. Sommigen denken dat nu het einde der wereld nabij is en dat er na 2012 vanzelf een betere wereld zal ontstaan. Ik denk dat de kwestie eerder is: zijn wij bereid om deze gelegenheid aan te grijpen om onze eigen diepste verlangens te volgen? Want het zal niet zónder ons kunnen gaan; wij hebben hier een verantwoordelijkheid te nemen. Juist omdat nu niet langer alles vanzelfsprekend is, is er ruimte voor echte vernieuwing, diepere bewustwording. De Wet van Aantrekking zegt dat uit het inzien van wat we niet willen, het verlangen voortkomt naar iets anders, dat beter bij ons past. Daarom: het is nu mogelijk om helderder te worden over de (mis)concepties die we hebben over onze ‘beschaving’ en over onze afhankelijkheid van aangeleerde denkpatronen. En door die helderheid kunnen we komen tot nieuwe creaties. Het wordt ook steeds meer duidelijk dat we dit nieuwe creëren niet langer kunnen doen vanuit het ego – het oude bewustzijn. We dienen dit te doen vanuit ons Diepere Zelf, ons Innerlijk Wezen. Dan zal er iets anders kunnen ontstaan dan een samenleving gebaseerd op winstbejag voor enkelen. We hebben de kans om vanuit ons eigen innerlijke omslagpunt een andere wereld te wensen en waar te maken. In deze fase kan het dan ook belangrijk zijn om geestverwanten te zoeken, om samen te creëren, om samen deze uitdaging aan te gaan op weg naar een samenleving, waarin we ontspannen onszelf kunnen zijn. Dát is de keuze die we hebben – en nu is de kans!