Archive for ◊ februari, 2009 ◊

Author: lauri
• maandag, februari 09th, 2009

Er wordt tegenwoordig veel gepraat en geschreven – ook op het internet – over vrouwelijkheid en mannelijkheid. Vrouwelijkheid wordt daarbij naar voren geschoven als het ware, enige redmiddel voor de huidige ongelijkheid en economische chaos in de samenleving. En mannelijkheid moet liever maar verdwijnen, oplossen zogezegd, want daar hebben we alleen maar last van. Maar de vraag hierbij is: over wélke vrouwelijkheid en over wélke mannelijkheid hebben we het dan? We weten inmiddels dat in het verre verleden aan vrouwen en vrouwelijkheid meer waarde werd toegekend dan nu het geval is. Dat het werk wat vrouwen deden een belangrijke economische basis vormde voor de toenmalige samenlevingen. En dat het zogenaamde vrouwenwerk: huis en haard verzorgen en kinderen grootbrengen – nu geen enkele economische erkenning krijgt. Daar kunnen we boos over worden. Daar worden manifestaties over gehouden.( b.v. het godinnenspektakel.) Mannen moeten ook zorgtaken willen en kunnen krijgen en vrouwen hebben ook recht op een maatschappelijke carrière. Allemaal waar. Maar het gaat dieper dan de materiële buitenkant. Het gaat om onze innerlijke denk-en ervaringswereld; dat wat vaak nog onbewust is. En we kunnen daar achter komen door te kijken naar het verleden.

In vroegere tijden had men een andere kijk op vrouwelijkheid en mannelijkheid. Dat blijkt uit de religieuze symboliek van de prehistorische mens. Daarin werd de zon als vrouwelijk gezien en de maan als mannelijk. Precies omgekeerd dus als nu bij ons. Wij zien de zon als de mannelijke daadkracht en de maan als het ontvangende vrouwelijke. Dat zit zo diep in ons onderbewuste dat we denken dat het wáár is. Carl Jung, de 19e eeuwse dieptepsycholoog, heeft dat dan ook beschreven als archetypen; rolmodellen uit het collectieve onderbewuste. Zoals bijvoorbeeld de anima (het vrouwelijke archetype) en de animus ( het mannelijke). Door Jung worden archetypen gezien als een onveranderbaar gegeven, dat niet verklaard kan worden en verbonden is met het goddelijke.

Intussen denk ik daar anders over. Door het onderzoek dat ik voor mijn boek heb gedaan, ben ik er achter gekomen dat de vrouwbeelden én de manbeelden in vroegere tijden ánders waren dan in onze huidige westerse samenleving. En dat deze andere beelden te maken hadden met een andere verhouding tussen mannen en vrouwen. In die oude, prehistorische tijden was er geen sprake van dominantie van de ene groep over de andere; er was sprake van échte, innerlijk beleefde gelijkwaardigheid en van vreedzame samenwerking. Dat is wat Riane Eisler noemt de partnerschapssamenleving. En dat uitte zich, zoals gezegd, in de religieuze symboliek.

Deels is het ook bewaard gebleven in oude mythen en volksverhalen. Van Lapland en Alaska, tot Arabië en Australië en alles wat daartussen ligt, inclusief Europa. In Japan bijvoorbeeld kent men de zonnegodin Amaterasu, die nog tot vandaag vereerd wordt. Haar symbool is de spiegel, die de zonneschijf voorstelt, waarin haar gezicht verschijnt aan de gelovige: “Beschouw deze spiegel als mijn eigen grote wezen”. Een zelfde functie had de spiegel van de Egyptische godin Hathor, die beschouwd werd als het zonneoog. Zij droeg, evenals Isis, de zonneschijf op haar hoofd.(en niet de volle maan, zoals sommigen denken!) In het oude Europa werd de zonnegodin in de lente uit haar schuilplaats gelokt met heilige labyrintdansen. De Kretenzische Ariadne, die van het labyrint van Knossos, was dan ook een zonnegodin. En labyrinten zijn overal in Europa aangetroffen – vaak foutief doolhof genoemd -, in het bijzonder rond de oude Trojaburchten, waarbij ‘troja’ staat voor ‘draaien’ (zie mijn artikel over het labyrint op mijn website). Allemaal landschapstempels van de zonnegodin.
Deze associatie van de vrouw met de zon in die tijden betekent dat daar het vrouwelijke, de vrouw, een actieve rol speelde in het leven van de groep ( clan of stam). En dat is niet alleen waar op economisch gebied maar ook op cultureel en religieus gebied. Vrouwen hadden veelal de leiding bij belangrijke religieuze plechtigheden, vooral die met betrekking tot geboorte en dood – zoals blijkt uit archeologisch onderzoek ( zie hoofdstuk 8 van mijn boek).

Op ongeveer gelijke wijze komt bij vele volkeren de maan voor als mannelijk. De Maanman is een vruchtbaarheidssymbool; hij is de verwekker van alle kinderen genoemd – bij volle maan is hij gevuld met zaad. Hij is het die ’s nachts de vrouwen bezoekt en in extase brengt met zijn mysterieuze schijnsel, waardoor zij gaat menstrueren of zwanger wordt. Dat is dan ook de oude relatie tussen de menstruatiecyclus van de vrouw en de maan. De Maanman is ook de markeerder van de tijd, omdat zijn cyclus precies 28 dagen duurt. Daar kun je een kalender van maken. De Maanman is drie dagen ‘weg’, in de onderwereld, waar de Zonnevrouw ’s nachts haar licht en warmte geeft aan de doden. Daar komen Maanman en Zonnevrouw in liefde samen, waarna de Maanman in vernieuwde, jeugdige staat weer als een sikkeltje te voorschijn komt. De maan, het mannelijke is dan ook het symbool voor het cyclische van de natuur, voor regeneratie en verrijzenis. Omdat de Maanman de teweegbrenger is van (seksuele) extase, wordt hij ook verbonden met andere staten van bewustzijn, zoals trance en dromen. Zo hadden zon en maan, man en vrouw, beiden een betekenisvolle plaats in de vroege samenlevingen. Beiden even waardevol, beiden even belangrijk voor het leven.

Later is dat veranderd. In mijn boek heb ik beschreven hoe dat is gebeurd. Met de opkomst van het patriarchaat – de dominantiecultuur – werden vele maangoden zonnegoden en werd de Zonnevrouw een maangodin. Verschillende goden, die wij hebben leren kennen als zonnegoden, waren eerder bekend als maangoden: Apollo, de god van de extase was eigenlijk een maangod; Jahweh van de Hebreeën, was voorheen een maangod uit het Sinaï-gebied. Ook Osiris was eerst een maangod uit de Nijldelta. Zelfs Allah in Arabië was van oorsprong een maangod, de partner van de zonnegodin Al-lat.
Maar hoewel in de vreedzame landbouwculturen van weleer zon en maan – man en vrouw – even belangrijk waren, is dat later niet meer het geval. De maan, de maangodin raakt haar autonomie kwijt, wordt een aanhangsel- de echtgenote – van de zonnegod en de vrouw speelt hoe langer hoe minder een rol in het maatschappelijke leven. De Maanvrouw wordt geacht zacht, passief en ontvankelijk te zijn en slechts een bleke weerschijn van het vuur van de zon. Het rijk van de andere werkelijkheden, dromen, visioenen en mediamieke verschijnselen is nog steeds het domein van de maan die nu vrouwelijk wordt genoemd. Maar hoe meer de ratio van het mannelijk denken de overhand krijgt, hoe minder waardering er overblijft voor die andere kwaliteiten. De christelijke kerk verbond die dan ook met de oude godinnenreligies en de beoefenaars ervan werden gedood (de heksenvervolgingen).De vrouw, het vrouwelijke kreeg zodoende ook kwade kenmerken: de heks, de verleidster, de vernietiging en de gekte. Dat noemt Jung de slechte anima. Jung registreert slechts wat er zich dan in ons onderbewuste bevindt. Maar omdat hij niet weet dat het ooit anders was, geeft hij deze beelden eeuwigheidswaarde.

Wij weten inmiddels meer. Daarom kunnen we zien dat de inhouden van de begrippen mannelijkheid en vrouwelijkheid zijn veranderd in de loop van de tijd. De argumenten die zijn aangevoerd om de waarden van de patriarchale rolverdeling vast te leggen, blijken niet meer te kloppen. Zoals bijvoorbeeld het verhaal van de zondeval in de middeleeuwen werd aangegrepen om Eva de schuld van alle kwaad te geven. Waardoor kon worden gezegd dat God geboden had dat zij ondergeschikt aan haar man moest blijven. Zoals de aan de apostel Paulus toegeschreven woorden dat de vrouw in de gemeente moest zwijgen. Daardoor werd de onderschikking van de vrouw van een goddelijke orde. Zoals het idee dat een vrouw biologisch gezien zwakker zou zijn, mindere of andere hersens zou hebben en niet in staat zou zijn tot logisch denken. Biologische motieven dus die gebruikt werden – en soms nog – om de ‘mindere’ positie van de vrouw te onderbouwen. Ze zijn geen van alle waar. We weten nu dat de inhoud van deze begrippen vooral cultuurbepaald zijn. Dat ze afhankelijk zijn van in welk soort samenleving we wonen. Dat ze veranderbaar zijn. Dat wij er een andere invulling aan kunnen geven.
Want wat is dan echt vrouwelijkheid? Wat is dan ware mannelijkheid? Zijn we het zicht daarop niet erg kwijtgeraakt? En: zijn er wel zoveel verschillen? Misschien is die hele polarisatie tussen man en vrouw ook wel een verzinsel en lijken we meer op elkaar dan we denken en ervaren.

Laten we het daar eens over hebben.

~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~

(Dit artikel is de eerste in een reeks over vrouwelijkheid en mannelijkheid.)