Archive for the Category ◊ Ongerubriceerd ◊

Author: lauri
• donderdag, oktober 21st, 2010

Van tijd tot tijd ben ik weer blij dat ik in een universiteitsstad woon. Niet zozeer vanwege de aantallen studenten die de stad bevolken, maar vanwege de wetenschap die zo dicht bij de hand is. Ik maak graag en veel gebruik van de universiteitsbibliotheek bij het schrijven van boeken en artikelen. Tevens ben ik in de gelegenheid lezingen en seminars van internationaal bekende wetenschappers bij te wonen. Zo was ik op 7 oktober jl. aanwezig bij een seminar van de Amerikaanse filosoof dr. Elisabeth Young-Bruehl. De titel was: “The Roots of Prejudices” en ging over de wortels van vooroordelen, en dan vooral over gender-gerichte vooroordelen zoals seksisme en homofobie. En dat is ook mijn meest recente onderzoeksterrein. Vandaar mijn belangstelling. Maar het liep anders, die middag.
Mevrouw Young-Bruehl is geschoold in de psychoanalyse, de leer van Freud. Nu ben ik niet echt een fan van Freud, vanwege zijn vrouwonvriendelijke stellingnames, dus ik was erg benieuwd wat de spreekster ervan zou maken. Ze gebruikte de drie libidotypes van Freud als ‘verklaring’ voor diverse vooroordelen, die mensen kunnen hebben.
Het bekendste is het hysterische type, dat is iemand die een innerlijk conflict heeft van seksuele oorsprong. In Freud’s tijd waren dat vooral vrouwen die seksuele verlangens hadden, die ze niet mochten uitleven. Freud dacht dat hysterie een typisch vrouwelijk verschijnsel was. Later heeft hij toegegeven dat er ook mannelijke hysterie voorkomt, maar dit heeft hij nooit verder uitgewerkt. Terwijl hysterische vrouwen hun gevoelens vooral op het eigen lichaam projecteren, richten mannelijke hysterische personen hun innerlijk conflict op de buitenwereld. Dit uit zich vooral in blank racisme. De zwarte mens wordt dan gezien als iemand met zondige, ‘donkere’ seksuele verlangens, wat de blanke zowel mist als begeert. Een vooroordeel voorkomend uit hysterie schrijft de veroordeelde groep een bepaald – vaak seksueel – rolpatroon voor en wenst die groep te exploiteren. Een duidelijk voorbeeld daarvan is de slavernij in Amerika, waarbij zwarten zowel zwaar lichamelijk werk moesten doen voor de blanken als seksueel werden uitgebuit. Ook vormen van homofobie komen voort uit hysterie.
Het tweede karaktertype wat Freud beschrijft is het obsessieve type. Dat zijn doorgaans mensen met een sterke neiging tot controle en met een rigide moraal. Een obsessief persoon gelooft in een samenzwering. Hij denkt dat een bepaalde groep de samenleving tracht te infiltreren en vervolgens wil overnemen. Die groep zou dan een geheime agenda hebben, van elders komen (van buitenaf) en ook mensen hebben die hen steunen. Leden van die gevreesde groep kunnen zelfs wel naast je wonen, je buren zijn. Dat is de dominante fantasie van een geobsedeerd persoon. Zijn antwoord op de veronderstelde dreiging is: ontneem die groep hun burgerrechten, vervolgens: breng ze samen in een bepaalde omgeving (ghetto) en tenslotte: drijf ze het land uit of elimineer ze op andere wijze. De meest bekende vorm van dit vooroordeel is antisemitisme. Ook bepaalde vormen van homofobie behoren hiertoe. Denk maar aan het aan homo’s ontzeggen van het recht op huwelijk en adoptie, dat nog in veel landen bestaat. Maar, zegt Young-Bruehl, ook de huidige islamofobie behoort tot dit type vooroordeel.
Het derde freudiaanse persoonlijkheidtype is de narcist. Een narcist heeft een laag gevoel van eigenwaarde en is bang zelf geen identiteit te hebben. Om dat te compenseren ontneemt hij anderen hun identiteit en stelt zichzelf superieur op. Dit uit zich o.a. in seksisme, waarbij aan anderen ( vrouwen) hun identiteit wordt ontnomen, met het oogmerk die anderen te kunnen controleren. Ook onderdrukking van kinderen hoort bij deze groep.(dat kan dus ook door narcistische vrouwen gedaan worden) Toegepast op homoseksuelen: die groep wordt dan ontkend of onzichtbaar gemaakt. Een voorbeeld hiervan is het ‘don’t ask, don’t tell’-principe in het Amerikaanse leger. Dr. Young-Bruehl wilde met haar betoog onder meer duidelijk maken dat homoseksuelen met alle drie de vormen van vooroordeel te maken kunnen hebben.

Ik vond dat allemaal erg interessant, omdat het een indicatie geeft welke psychologische mechanismen er kunnen zitten achter vooroordelen die mensen hebben. Echter, het is mijn overtuiging dat vooroordelen in de samenleving vooral voortkomen uit de collectieve cultuur. Ik vind de psychoanalytische benadering nogal eenzijdig gericht op het individu, op het persoonlijke onderbewuste van iemand. Dat onderbewuste is volgens Freud een fundamentele kern, die niet beïnvloed is of wordt door de sociale wereld. De verlangens die in dit geïsoleerde onderbewuste leven vormen dan de oorzaken van alle innerlijke conflicten van de mens. Dat betekent in Young-Bruehl’s visie dat ook vooroordelen voortkomen uit dit onderbewuste veld en niets te maken hebben met de wereld rondom. Van Jung kennen we het concept van het collectieve onderbewuste, maar ook hij ziet de beelden hierin – de archetypen – als universeel en niet cultureel gebonden. Ik ben het daar hartgrondig mee oneens. Uit mijn boek is hopelijk duidelijk gebleken dat deze zogenaamde universele beelden veranderen naarmate een cultuur van karakter verandert. Het is naar mijn mening het patriarchale kerngezin dat in de westerse cultuur de basis vormt voor de seksuele opvoeding van het jonge kind en de daaruit voorvloeiende geestelijke misvormingen. We zien in culturen waar een andere, vrijere seksuele moraal heerst, dat de libidotypen die Freud beschrijft, helemaal niet voorkomen en dat ook de archetypen daar anders zijn.

Islamofobie.
Ik was benieuwd hoe mevrouw Young-Bruehl het ontstaan van collectieve vooroordelen ziet. Want in de freudiaanse visie gaat het toch om losse individuen, wier onderbewusten niets met elkaar te maken hebben?En hoe is het in dit kader dan mogelijk dat één charismatisch individu een hele samenleving zomaar van richting kan laten veranderen? Waar zoiets gebeurt, is er natuurlijk een basis voor in die samenleving, anders zou het niet aanslaan. Met andere woorden: er is al een collectief vooroordeel aanwezig. Bijvoorbeeld: in het nazistische Duitsland heerste al een diepgeworteld antisemitisme, anders had Hitler nooit succes kunnen hebben. Iets daarvan moest Young-Bruehl ook erkennen toen ze aangaf:
“You live in a certain society where a dominant form of prejudice exists and individuals are
picking it up in specific ways.”
Direct bij het begin van het debat stelde ik haar daarom de vraag vraag wat zij als verklaring ziet voor de recente opleving van de islamofobie in heel Europa. Immers deze tendens komt niet alleen voor in Nederland, maar ook in tal van andere Europese landen. Haar antwoord was ongeveer als volgt:
Tot ongeveer tien jaar geleden was Nederland een uiterst tolerant land, terwijl hier toen ook al veel mensen uit verschillende culturen woonden, zoals uit het Caribisch gebied en ook uit moslimlanden. Echter, de sociale zekerheden en samenhang uit de 70-er jaren begonnen de afgelopen jaren te verschuiven en uit elkaar te vallen. De sociaal-democratische verzorgingsstaat begint af te brokkelen.(ten gunste van het liberale marktmechanisme) Er wordt geen doel meer ervaren in de samenleving, mensen raken van elkaar geïsoleerd en voelen zich niet langer verbonden. In dit veld van toenemende onzekerheid vindt op 11 september 2001 de aanslag plaats op de Twin Towers in New York, waardoor ieders aandacht zich in één klap richt op de islamitische wereld. (Dit is natuurlijk sterk in de hand gewerkt door president Bush jr., die een gemeenschappelijke vijand nodig had.) Tevens, zei zij, was er sinds de Tweede Wereldoorlog een toenemend besef gekomen dat de manier van oorlogvoering op onze planeet veranderd is. We zien dat het veel meer gaat om grote groepen mensen, hele volkeren, die tegelijkertijd vernietigd worden. Eerst waren het de gaskamers, daarna de atoombom, later de massa-bombardementen, en nu de terroristische aanslagen op onschuldige burgers. Dat alles brengt een algemeen gevoel voort van ‘niemand is veilig’. Zo’n soort situatie, zegt Young-Bruehl, is een voedingsbodem voor het ontstaan van paniek en paranoia. En obsessiviteit gaat over het omgaan met dit soort diepe angsten, over het trachten af te wenden van de gevaren die onze samenlevingen lijken te bedreigen. Zelfs goedbedoelende mensen raken geïnfecteerd door de angstscenario’s. Tot zover de visie van dr. Young-Bruehl.

De hamvraag.
Deze analyse lijkt mij in grote lijnen juist, maar toch ontkomen we niet aan een belangrijke vraag. Namelijk deze: waar komen die al aanwezige onderliggende collectieve vooroordelen toch vandaan? Het is mij al eerder opgevallen dat in onze cultuur de verschillen tussen mensen sterker worden benadrukt dan de overeenkomsten. Hoe komt dat? Is het een natuurlijke menselijke eigenschap om mensen in hokjes te plaatsen of is dat cultuurbepaald? Want het zijn juist de aan bepaalde groepen toegeschreven kenmerken of karaktertrekken, die vooroordelen gemakkelijk laten ontstaan.
Iedereen die mijn boek goed gelezen heeft, zal al wel vermoeden waar mijn antwoord heen gaat. Het gaat mij om de aard van onze (westerse ) cultuur. Die is in wezen patriarchaal. En patriarchaliteit betekent per definitie onderscheid maken tussen mensen, verschillen versterken in plaats van afzwakken. Een patriarchale denkwijze schept polariteit. Immers, patriarchaal staat gelijk met dominantie. De sociologe Riane Eisler spreekt dan ook van een dominatorsamenleving. Een samenleving waarin de ene groep de andere domineert móet de verschillen wel accentueren, anders is het niet duidelijk wie tot de gedomineerde groep behoort. Dat was al zo in de tijd van Plato en dat is nog steeds het geval. Een patriarchale samenleving creëert een barrière tussen ‘wij’ en ‘zij ‘. Zo’n samenleving is exclusief, het sluit mensen buiten. Een niet-patriarchale cultuur, door Eisler een partnerschapscultuur genoemd, is inclusief. Dat betekent dat nieuwe en soms vreemde elementen gemakkelijker worden omarmd en dus geïntegreerd in het al bestaande. Een inclusieve samenleving is niet gebaseerd op angst, maar op openheid, nieuwsgierigheid. Een exclusieve samenleving is bang voor verlies van identiteit, bang voor het verlies van comfort. Hoe komt dat? Omdat een patriarchale, exclusieve samenleving ooit ontstaan is uit angst. Angst voor honger, voor materieel gebrek, angst voor vernietiging. Een patriarchale samenleving verdedigt zichzelf, sluit de rijen en zoekt een vijand van buitenaf. Een partnerschapsamenleving echter is open voor verandering, want ze vertrouwt op samenwerking en is vanuit het inclusieve tolerant.
Dat is mijns inziens het antwoord op bovengestelde vraag. De aard van onze cultuur is de oorzaak waarom er altijd allerlei collectieve vooroordelen op de loer liggen. Want we zijn gewend andere mensen met andere gewoonten en andere geloven argwanend te bekijken. Dat is een levenshouding geworden. Het is geen natuurlijke eigenschap van mensen. Het is aangeleerd gedrag. Dus het kan ook weer afgeleerd worden.

Slot.
Hoe zouden we nu moeten omgaan met mensen en bewegingen die polarisatie scheppen? Welnu, zegt Elisabeth Young–Bruehl, we zouden in de eerste plaats op moeten houden ze verwijten te maken. Want dat leidt tot verharding. Het is belangrijk te erkennen – ook in het openbare debat – dat mensen zich onzeker voelen en angstig vanwege de economische situatie. Dus: toon begrip en sympathie. Verander je houding van vijandigheid in het luisteren naar waarom deze mensen zo boos zijn. In de tweede plaats, zegt zij, politici zouden moeten opstaan en zeggen: zien jullie niet dat dit – islamofobie- hetzelfde is als antisemitisme? Maar zulke dingen mag je niet hardop zeggen, daar rust een stevig taboe op. Ik ken maar één politicus die dat een tijdje geleden al gezegd heeft, namelijk Jan Marijnissen. Young-Bruehl constateert dat gematigde politici te begripvol zijn en niet de ruggengraat hebben stelling te nemen. Daarmee veroorzaken ze zelf dat obsessieve personen macht krijgen.
Het boeiende van die middag was dat het seminar na mijn vraag een heel andere kant op ging dan was voorzien. Veel aanwezigen sloten met hun opmerkingen hierbij aan en bijna het hele debat ging over het meest actuele vooroordeel dat nu in Europa speelt, de islamofobie. Graag had ik nog over andere aspecten met mevrouw Young-Bruehl van gedachten gewisseld, maar daar was geen tijd meer voor. Al met al een interessante middag die veel stof tot nadenken geeft.

Category: Ongerubriceerd  | One Comment
Author: lauri
• zondag, juni 20th, 2010

Sommigen van jullie weten dat ik een aantal jaren geleden een opleiding tot sjamaan ben begonnen. Na een periode van ca. 15 jaar werken als mediamiek kanaal voor de geestelijke wereld, brak er een stille tijd voor mij aan. In 2004 zei een helderziende genezer tegen mij:”Je zult een nieuwe leraar krijgen en weer helemaal onderaan moeten beginnen”. Een jaar later ontmoette ik mijn huidige sjamanenlerares, Ria Font Freide. Het mooie van haar vind ik dat ze niet aan de weg timmert. Ze zoekt niet de publiciteit. Ze heeft geen fancy website, maar een heel eenvoudige, waarop ze het meest noodzakelijke vermeldt. Het pad dat zij aanbiedt verschilt van andere sjamanistische scholen in zoverre dat het bij haar gaat om innerlijk sjamanisme. Ze begint dus niet met allerlei sjamanistische technieken, rituelen, zweethutten, soul-retrieval en wat dies meer zij. Er wordt op individueel niveau gewerkt met totemdieren, totembomen, met de medicijnspiraal, met de windrichtingen en de chakra’s. Alles is bedoeld om de innerlijke sjamaan in jezelf op te wekken. Pas als die innerlijke sjamaan wakker is geworden, wordt er een vorm gevonden waarin die zich kan manifesteren. Van binnen naar buiten. Dat vind ik mooi.

Ik ben nog steeds op dat pad. Het begon met een intensieve cursus van twee jaar, maar gaandeweg werd het een levenswijze. Begin juni maakte ik een natuurtraining mee in de Dordogne ( Fr.), in een prachtige, vrijwel onbewoonde vallei aan de rivier de Céou. Door het contact met de natuur en de leiding van mijn leraar ben ik weer in een diepere laag van mijzelf gezonken. Wat dit voor uitwerking zal hebben in mijn dagelijks leven, laat zich nog vermoeden. Vanuit deze beleving komt nu de behoefte om over deze draaggolf in mijn leven te delen. Vandaar dit artikel. Sjamaan-zijn is een manier van leven. Een wijze van zijn. Niets meer en niets minder.

Wat is de oorsprong van sjamanisme?
Je zou kunnen zeggen dat sjamanisme de oudste vorm van spiritualiteit ter wereld is. Het bestaat al zolang als er mensen zijn. Sporen van sjamanistische gebruiken zien we al in het Paleolithicum (30.000 jaar geleden), in grottekeningen en gereedschappen. Sjamanisme bestond al lang vóór de verering van de godin als personificatie van het vrouwelijk principe. Sjamanisme komt voort uit de eenheid met de natuur en de gelijkwaardigheid van alle wezens, dus ook van man en vrouw.

 Vroeger dacht ik dat sjamanen altijd mannen waren/zijn, maar niets is minder waar. Sjamanen zijn van oorsprong zowel mannen als vrouwen geweest. Vrouwelijke sjamanen hielden zich vooral bezig met geboorte en dood. Beide zijn immers poorten naar andere dimensies. Veel vrouwelijke sjamanen waren dan ook vroedvrouwen. Soms werd een vrouw sjamaan na de geboorte van haar eerste kind. Vrouwelijke sjamanen stonden hun medemensen ook bij tijdens het stervensproces en verzorgden de begrafenisrituelen. Kennis van kruiden en contact met totemdieren waren hierbij van belang.

Volgens sommige sjamanen in de Zuid-Amerikaanse traditie zijn vrouwen zelfs beter geschikt om sjamaan te zijn dan mannen, omdat ze een baarmoeder hebben. De primaire functie van de baarmoeder is de voortplanting, maar een even belangrijke is: kennis verwerken en waarnemer zijn. Wij vrouwen verwerken kennis door ons gevoel en ons gevoel zetelt in de baarmoeder. Vanwege onze baarmoeder hebben vrouwen het vermogen om energie rechtstreeks te zien. Daardoor verandert de baarmoeder in een orgaan van evolutie. Mannen moeten dit leren, vandaar dat in vele tradities mannelijke sjamanen zich moeten gaan gedragen als vrouwen. Ze moeten in feite afstand doen van wat hen tot man maakt.[1] Echter, wij vrouwen zijn onze natuurlijke vermogens vergeten onder invloed van het patriarchale bewustzijn. Dat heeft ons beroofd van ons zelfvertrouwen en van onze kennis. Daardoor ervaren wij onze baarmoeder nu uitsluitend als voortplantingsorgaan.

 Onder de Altaise nomaden in Siberië waren vrouwen de enige sjamanen gedurende de 4e tot de 6e eeuw. Het waren de oude vrouwen die de Weg naar het Land van de Doden bewaakten. Deze vrouwen werden beschouwd als de voorouders van alle sjamanen. In het oude China en Korea waren vrouwelijke sjamanen in de meerderheid. In Japan waren de eerste sjamanen vrouwen.

In de vroegere verzamelaars-jagers-culturen werkten vrouwelijke en mannelijke sjamanen samen. Het was sowieso een samenleving zonder scherpe arbeidsverdeling. Mannen en vrouwen jaagden samen en de hele groep zocht gezamenlijk naar plantaardig voedsel. Als er gejaagd moest worden was het de vrouwelijke sjamaan die contact zocht met het dier dat zich aanbood en zij vertelde de mannen waar het dier te vinden was. De geest van het dier werkte vrijwillig mee aan de voedselvoorziening van de mensen. Nog niet zo lang geleden gebeurde de jacht op deze manier bij de Inuït in Alaska. In feite waren daar alle oudere mannen en vrouwen sjamanen.[2] Het is door de mannelijke antropologen gekomen dat we zijn gaan denken dat alle sjamanen mannen waren. Dat is dus niet juist.

 Wat is sjamanisme?
Zoals ik hierboven al schreef: sjamanisme is een levenshouding. Eén waarbij je jezelf als individu een deel voelt van een groter geheel. En dan ook contact hebt met alle levensvormen in dat grote geheel. Niet alleen nu levende mensen, maar ook dieren, planten, je voorouders, je gidsen enzovoorts. Ze behoren allen tot je werkelijkheid. Als sjamaan ken je je innerlijke kracht, maar ook je valkuilen. Je leeft het leven zoals het zich aan je voordoet en gaat er niet aan morrelen. Je hoeft jezelf niet te veranderen; sjamanisme is geen therapie. Het is wel een manier om heel te worden, om met jezelf in het reine te komen. En het is een pad van dienstbaarheid. Dienstbaarheid die draait om de vraag: hoe kan ik de boodschap van moeder aarde het beste beantwoorden?

 Ook onze verre voorouders waren sjamanen. Vanuit de Noord-Europese traditie is ons de kennis overgeleverd van de levensboom, de wereldes Yggdrasil. Langs deze boom kan de sjamaan in de droom de drie werelden bezoeken: de bovenwereld, de middenwereld en de onderwereld. Sjamanisme was de kern van het religieuze bewustzijn in onze streken op het moment dat het christendom zijn intrede deed. Door deze nieuwe godsdienst werd een scheiding aangebracht tussen denken en voelen; tussen holistisch denken en logisch denken. Daardoor ontwikkelde zich bij de westerse mens het idee dat men de natuur kon beheersen en exploiteren. De ervaring, het innerlijk weten onderdeel van de natuur te zijn, ging grotendeels verloren.

Veel mensen denken bij sjamanisme meteen aan de Amerikaanse Indianen. Vaak worden in onze westerse spirituele bewegingen  hun technieken nagebootst, zonder dat we ons de bijbehorende levensvisie hebben eigen gemaakt. Daar maken deze volkeren dan ook terecht bezwaar tegen en noemen het ‘geestelijk kolonialisme’. We zijn vergeten dat we zelf ook sjamanistische wortels hebben. Veel daarvan kunnen we terugvinden in Azië: Rusland en Mongolië bijvoorbeeld, waar sjamanisme, na eerdere onderdrukking, nu weer volop beoefend wordt.

 Mijn lerares, Ria Font Freide, zegt een hedendaags sjamanisme vorm te geven, midden in de moderne wereld. Het is dus een sjamanisme van deze tijd en toch geworteld in de oude tradities. Ze zegt ook: Als je dit pad gaat geef je het shoppen op. Je maakt een commitment voor dit pad. Eerlijk gezegd had ik daar in het begin moeite mee. Ik had al zoveel wegen begaan, voor mij was dit aanvankelijk niet meer dan de zoveelste interessante cursus. Maar het heeft me gegrepen en ik ben opgehouden te zoeken naar andere wegen. Vanuit deze innerlijke ontwikkeling gebruik ik nu ook in mijn counselingpraktijk sjamanistische methoden waar het van toepassing is. (trancereizen, drummen e.d.) Ik merk dat al mijn vroegere activiteiten nu binnen dit pad beginnen te vallen. Ook het lopen van het labyrint past daarin; het is immers een oude sjamanenweg. Tevens maak ik contact voor je met je gidsen en je totemdieren.

Voor wie meer wil weten over de School voor Innerlijk Sjamanisme, zie: www.spiritueelvormgeven.nl


[1] Bronnen: Florinda Donner: De gedroomde werkelijkheid, Ned. Vert. Uitg. Karnak, 2000 en Carlos Castaneda: Magische Oefeningen, Ned. Vert. Uitg. Servire, 1998.

[2] Informatie uit: Barbara Tedlock, Ph.D. The Women in the Shaman’s Body , Bantam Books, 2005.

Category: Ongerubriceerd  | One Comment
Author: lauri
• maandag, augustus 31st, 2009

Over Colloïdaal Zilver en de WHO, de Codex Alimentarius en andere Ongezonde Verschijnselen.


Kort geleden las ik dat de Wereld Gezondheids Organisatie (WHO) het mensen ten sterkste afraadt om Colloïdaal Zilver te gebruiken tegen de Mexicaanse griep. Ik was verbaasd, want Colloïdaal zilver staat bij mij goed bekend. Hoe kan men – als gezondheidsorganisatie – iets afraden dat zo goed is voor de mens?

 

Colloïdaal Zilver is microscopisch kleine zilverdeeltjes opgelost in gesteriliseerd water. Zilver staat al sinds mensenheugenis bekend als antibacterieel middel. Onze voorouders deden een zilveren munt in de melk om het goed te houden. De Grieken en Romeinen bewaarden water in zilveren vaten, zilverblad werd gebruikt in de Eerste Wereldoorlog om wondinfecties tegen te gaan en in brandwondencentra gebruikt men tegenwoordig met zilver geïmpregneerd wondverbandmiddel. Tot 1938 was zilver in de medische wereld als antibioticum in gebruik. Het was dan ook officieel als geneesmiddel erkend. In de 30-er jaren van de 20e eeuw kwamen synthetisch vervaardigde medicijnen op de markt en verloor zilver haar status als medicijn. Het mag nu nog alleen ´voedingssupplement´genoemd worden. En dat terwijl zilver geen van de bijwerkingen heeft die de chemische antibiotica bevatten. Zilver heeft geen enkele bijwerking op het menselijk lichaam. Ook worden bacteriën niet resistent tegen zilver.

 

Wat doet colloïdaal zilver? De zilverdeeltjes sporen de niet-lichaamseigen bacteriën, virussen, schimmels en andere ziekteverwekkers op in het lichaam en doden die binnen 6 minuten. Het zorgt ervoor dat de zuurstofregeling in deze eencelligen wordt uitgeschakeld, waardoor deze sterven. Farmaceutische antibiotica vernietigt daarnaast ook nuttige bacteriën in het lichaam, wat de gezondheid van de mens ondermijnt. Zilver, in de juiste dosering toegepast, is een volkomen natuurlijk middel en laat alleen gezond weefsel achter. Colloïdaal zilver kan worden gebruikt en wordt gebruikt bij een groot aantal ontstekingen, vergiftigingen, schimmelinfecties, de ziekte van Lyme, Multiple Sclerose, Psoriasis en andere huidaandoeningen, schildklierklachten, chronische vermoeidheid, virale maagzweren en zelfs tegen Aids. Bij dieren eveneens tegen schimmels en tegen teken en vlooien.

 

Waarom zou dan de Wereld Gezondheids Organisatie zo´n uitstekend middel tegen griep willen tegenhouden? Wel, wie een beetje heeft opgelet, zal gezien hebben dat er een ware hype is ontwikkeld  - door de WHO zelf, in samenwerking met de media- over de Mexicaanse griep. Er zou een pandemie dreigen met duizenden doden wereldwijd. Nu is het zo dat bij een gewone wintergriep in Nederland elk jaar zo´n duizend mensen overlijden, wat als heel normaal wordt beschouwd. Dus als er dan in Mexico of elders 750 doden worden genoemd, dan hoeft dat niet echt verontrustend te zijn. De meeste dodelijke slachtoffers in Amerika en Europa blijken al een andere ziekte te hebben of hadden een verzwakte gezondheid. Intussen wordt in Nederland tonnen Tamiflu ingeslagen, in tabletvorm en als injectievloeistof. Later blijkt dan dat in mensen boven de 52 jaar resistent worden geacht tegen deze griep, omdat zij vroeger de erop lijkende Spaanse griep hebben meegemaakt. Nog veel later wordt er geroepen dat de Mexicaanse griep niet gevaarlijk is, en gerust kan worden uitgeziekt zonder gebruik van Tamiflu. Ook wordt bekend dat Tamiflu nogal sterke bijwerkingen heeft en het bovendien niet zeker is dat het helpt. Dus waar gáát dit eigenlijk over? Het lijkt me duidelijk dat dit alles in het belang is van de farmaceutische industrie, die maar wat blij is met de Mexicaanse griep, omdat het ze de gelegenheid geeft weer flink wat te verdienen. Hieruit blijkt ook dat het de Wereld Gezondheids Organisatie helemáál niet te doen is om onze gezondheid, maar vooral om de medicijnindustrie te spekken. Dat zal dan ook de reden zijn om het gebruik van Colloïdaal Zilver tegen te gaan, dat immers niet door de grote industrie wordt gemaakt. Wanneer Colloïdaal Zilver en ook Colloïdaal Goud  door iedereen zou worden gebruikt, dan verdient de farmaceutische industrie geen droog brood meer. De meeste andere medicijnen worden dan overbodig.

 

Het zelfde gebeurt naar mijn mening met alles wat met ´alternatieve`gezondheidszorg te maken heeft. Al jaren valt er van allerlei officiële zijden, zoals overheden, ongefundeerde kritiek te beluisteren op bijvoorbeeld homeopathie en op het gebruik van zogeheten ´voedingssupplementen´.Ook de WHO raadt het gebruik van homeopathische middelen af, terwijl die bijvoorbeeld in ontwikkelingslanden veel goedkoper te krijgen zijn en ook goed helpen – vaak beter. Het lijkt wel of er een hetze gaande is. Veel natuurlijke middelen, die ook voor gebruik grondig getest zijn, hebben al van oudsher een goede uitwerking op het menselijk lichaam en werken als medicijn. Net als het colloïdaal zilver en – goud worden ze ten onrechte als onbetekend afgeserveerd. Ik noem een paar voorbeelden uit eigen ervaring.

Een paar jaar geleden constateerde de dokter dat ik een verhoogd cholesterolgehalte had – van erfelijke aard. Hij ried mij ten sterkste aan om statines te gebruiken, omdat ik anders echt spoedig dood zou kunnen gaan (volgens hem). U weet wel, die middelen als Simvastatine, Lipito, Ezetimibe etc, die allen gekenmerkt worden door niet geringe en blijvende bijwerkingen, zoals misselijkheid, spierzwakte, hartkloppingen, obstipatie e.d. Bovendien blijken die middelen eigenlijk alleen te werken bij mensen boven de 70 jaar en dan nog alleen bij mannen. Het kan eigenlijk alleen toegediend worden in een acute situatie bij iemand die al een hartaanval heeft gehad. Desondanks worden statines aan duizenden mensen standaard als preventie voorgeschreven. Ik wilde die troep niet in mijn lichaam hebben, dus ik ging op zoek naar iets anders. Ik vond het middel policosanol, een uit suikerbieten gemaakt product, dat na uitvoerig testen, cholesterolverlagend bleek te zijn zonder enige bijwerking. Dit middel staat echter geregistreerd als ‘voedingssupplement’ en wordt door de verzekering niet vergoed. Ik heb het dus zelf bekostigd en na drie maanden heb ik mijn bloed opnieuw laten onderzoeken. Mijn cholesterolspiegel was inderdaad behoorlijk gedaald. Het werkt dus ( en ik leef nog steeds!).

Een tijdje later werd bij mij artrosevorming geconstateerd, een erg pijnlijke kwaal. Daar is niks voor, zei de huisarts en gaf mij een recept voor pijnstillers. Maar inmiddels weet ik dat er een ‘voedingssupplement’ bestaat, glucosamine genaamd, dat kalkvorming helpt tegengaan in de botten. Alweer, het mag geen geneesmiddel genoemd worden, zodat het niet vergoed kan worden. Overigens helpt colloïdaal goud ook tegen artrose.

Duizenden, misschien wel tienduizenden mensen zijn voor hun voortbestaan afhankelijk van wat officieel als ‘voedingssupplement’ te boek staat, maar waarzonder zij in het geheel niet of niet pijnvrij kunnen leven.

Wat doet nu de Europese overheid? Ze maakt een besluit dat per eind 2009 voedingssupplementen niet meer vrij verkrijgbaar mogen zijn, maar alleen op doktersrecept. Dat staat aangegeven in een wetgeving die de naam Codex Alimentarius heeft gekregen. Eerst dacht ik dat het nogal mee zou vallen. Volgens ons Ministerie van Volkgezondheid was dit alleen maar bedoeld om de kwaliteit van komkommers etc. te garanderen. Toch blijkt de ongerustheid van veel Nederlanders niet zonder grond. Voorbeelden van de nieuwe regels:

-          geen natuurlijke vitaminen meer in baby- en kindervoeding (zogenaamde voedselveiligheid).
- een groot deel van alle antroposofische geneesmiddelen (en ook van andere natuurlijke middelen, zoals ayurvedische) valt buiten de toegestane samenstelling en wordt dus verboden.

De enige reden is dat de registratiecriteria zo zijn opgesteld dat deze middelen erbuiten vallen.

 

We hebben hier in feite totaal geen controle op. Het enige wat we kunnen doen, is een petitie ondertekenen en zo een miljoen handtekeningen verzamelen, waardoor het onderwerp in de Europese Commissie ten minste op de agenda moet worden geplaatst. De Stichting Eliant  - voor antroposofische landbouw en scholing – voert dus zo’n campagne. Daar kunt u uw handtekening kwijt. www.eliant.nl   Volgens mij zijn er nog andere initiatieven in omloop, die minder gebonden zijn aan een bepaalde levensovertuiging. Want het gaat natuurlijk veel verder dan antroposofische middelen, het gaat om ons recht om zelf te kiezen hoe en waarmee wij ons lichaam willen behandelen. Er dient een echte keuze te zijn, niet een die ons wordt afgedwongen. Degenen die kiezen voor de huidige allopatische behandeling, prima. Maar diegenen die hun lichaam niet willen belasten met chemische middelen, moeten dat ook kunnen doen. Er dient gelijkwaardige informatie te zijn over alle keuzemogelijkheden en met respect voor de keuzes die men maakt. Het is ons lichaam en ons leven. De huidige afhankelijkheid van de medische industrie en het gebrek aan evenwichtige informatie – ook naar artsen toe – is niet goed voor ons. Deze afhankelijkheid, die ons onmondig maakt, is eerder ziekteverwekkend dan genezend! Een onmondig mens zit niet lekker in z’n vel en viola, daar kunnen anderen dan weer geld aan verdienen!

Een ander ongezond verschijnsel zijn de af en toe opduikende vaccinatieprogramma’s van de overheid. We hebben gehad de ‘verplichte’ vaccinatie van jonge meisjes tegen baarmoederhalskanker, waar gelukkig een groot deel van de doelgroep nee tegen gezegd heeft. In het meinummer van Spiegelbeeld stond een zeer instructief artikel hierover van de hand van onderzoekster Désirée Rover. Baarmoederhalskanker is een ziekte die, dank zij gestructureerd bevolkingsonderzoek, nog slecht minder dan 1 % van het aantal kankergevallen bij vrouwen uitmaakt. Je vraagt je dan af: waarom zo’n vaccinatie? Het lijkt er op dat de overheid een angstscenario oproept om de vaccinaties door te drukken. Ook blijkt de overheid nogal vijandig te reageren op vragen van kritische burgers. Rovers laat zien dat in veel vaccins ook andere stoffen zitten, die niet goed zijn voor het lichaam, zoals aluminium. Deze gifstof maakt de celwand doorlaatbaar. Mensen die regelmatig een griepinjectie krijgen bijvoorbeeld, lopen door het aluminium een zeer verhoogde kans op de ziekte van Alzheimer. De vaccins tegen baarmoederhalskanker bevatten bovendien genetisch gemanipuleerde delen, waarvan de wetenschap nog niet weet wat die gaan doen in het menselijk lichaam. Verder is het pas over 20 jaar duidelijk of deze vaccinaties werkelijk preventief gaan werken en of er geen ontoelaatbare bijwerkingen zullen optreden. In tegendeel tot wat de overheid beweert, is het onderzoek naar dit vaccin nog lang niet voltooid. De meisjes worden dus in feite als wetenschappelijk proefkonijn gebruikt.

Je gaat je toch afvragen: in wiens belang is dit alles eigenlijk? En: worden politici bewust verkeerd voorgelicht of weten ze dat ze staan te liegen?

We mogen blij zijn dat de waarheid over de Mexicaanse griep aan het licht kwam (geen pandemie), anders hadden ze ons misschien zover gekregen om ons allemaal te laten inenten, twee keer nog wel. Die dans zijn we ontsprongen.

Ik stel voor om de medicijnenmaffia buiten de deur te houden en zelf weer contact met ons lichaam op te nemen, zodat we invoelend kunnen kiezen welke behandeling we willen voor onze gezondheid.

 Informatie over colloïdaal zilver: www.juniperus.net/info/colzilv.htm  

Désirée L. Röver: Baarmoederhalskanker, de HPV-vaccins als een ‘deus ex machina’.

 

 

 



 

 

 

 

 



 

 

 

 

 

 

 

Category: Ongerubriceerd  | 2 Comments
Author: lauri
• dinsdag, augustus 11th, 2009

De eerstvolgende lezing waar u mij kunt ontmoeten is op:

 

Maandagavond 2 november. Lezing Het Evangelie van Isisde rol van het vrouwelijke bij het ontstaan van het christendom, voor Spirituele Kring Isis. PLaats: De Bilt, centrum De Schakel, Soestdijkseweg Zuid 49b. Achter de Immanuelkerk. Aanvang: 20.00 uur. De zaal opent om 19.15 u. Entreeprijs: € 7, incl. een kopje koffie of thee. Reserveren noodzakelijk, via ejl@wxs.nl of bellen naar 030-2290317. B.g.g. 030-4553494 (bellen na 13.00 uur) Voor meer informatie zie: www.isis.ontwikkelt.nl     
Ik zal daar ook weer gesigneerde exemplaren van mijn boek verkopen. Prijs: €19,50.